Technisch Bulletin
Hieronder worden een aantal artikelen weergegeven uit het technische Bulletin:
Het underperformance-syndroom in de sport
Literatuurlijst, hier kunt u de Literatuurlijst van Rolf Oostenbrink
downloaden
OPINIE
Door: Wim Knaap
In het TB no 2 jaargang 29 wordt door Gé van den Broek een stelling geponeerd. Ik ga ervan uit dat hiermee een discussie opgang wordt gebracht teneinde de kwaliteit maar ook de kwantiteit van ons trainerscorps te verbeteren.
1.
Ik stel grote vraagtekens bij het huidige licentiebeleid. Ik verbaas mij over het feit dat als je een trainersopleiding met goed gevolg hebt doorlopen, je periodiek een bijscholing moet volgen. (Natuurlijk ben ik het eens met het feit dat je als trainer je regelmatig moet verdiepen in de ontwikkelingen.) Indien géén bijscholing wordt gevolgd verloopt je licentie? Je komt niet meer voor op de trainerslijst van de NBB. Dit impliceert dat het aantal beschikbare trainers en daardoor het trainersaanbod nog verder afneemt. Nog vreemder vind ik het gegeven dat een 1-daagse bijscholing teneinde een licentie te verkrijgen veel meer kost dan de kosten van de trainersopleiding. Daardoor komen bij mij de volgende
vragen naar boven:
a. Zijn de kosten voor de bijscholingen reëel en niet overtrokken?
b. Waarom moet dit zoveel kosten?
c. Waarom moeten bijscholingen worden afgesloten met een toets waarbij de uitslag bepalend is voor het wel of niet verkrijgen van een licentie?
d. Wat is de waarde van het reeds behaalde diploma?
2.
Verenigingen kunnen hun waardering laten blijken door een vergoeding op niveau te geven, en verder bepaalt de wet van vraag en aanbod de hoogte van de vergoeding. Als je, rekening houdend met voorbereiding, trainingsuren, avonduren, vakantiegeld etc., gaat uitrekenen hoe hoog de vergoeding moet zijn, kom je op: A-trainers t/m Sportleider 3 advies € 25,-- per uur B- trainers t/m sportleider 2 advies € 30,-- C-trainers/ TC2 advies € 35,-- per uur exclusief reiskosten en wedstrijdbegeleiding. Een heel ander aspect waarbij niet altijd wordt stilgestaan is het feit dat je als trainer verantwoordelijk bent en ook kan worden aangesproken als iets verkeerd gaat. Wie heeft zich daar tegen verzekerd? Als je niet aan de norm voldoet van gezagsverhouding (m.a.w. je bent in dienstverband van de vereniging) en je wordt ziek of krijgt een ongeluk. Wie draait op voor inkomsten- of loonderving? De tijd van liefdewerk en oud- papier is eigenlijk voorbij. Trainers die niet voldoen verdwijnen vanzelf, trainers die voldoen komen vanzelf in beeld en dat is niet afhankelijk van een licentie.
3.
In het voorgaande TB heb ik de veren shuttle ter discussie gesteld en gevraagd naar reacties dan wel meningen hier omtrent. Gelukkig mocht ik geen enkele reactie ontvangen. Kan ik hieruit concluderen dat men geen tegenargumenten heeft? Ik wacht nog een TB af en zal dan dit na september 2008 aan de orde gaan stellen bij de diverse organisaties.
STELLINGNAME
Door: Gé van den Broek
ad1.
Vanuit een oogpunt van kwaliteitsbewaking is ooit gekozen voor een licentiebeleid. Dat is niet uniek voor de badmintontrainerswereld, in sommige takken van sport mogen clubs geen (gediplomeerde) trainers aanstellen als die niet in het bezit zijn van een geldige licentie. We moeten afstappen van het idee dat iemand die een cursus met goed gevolg doorlopen heeft, voor altijd alles weet. Daar staat tegenover dat het licentiesysteem nog de nodige verfijning behoeft. Dat is ook een voortdurend punt van aandacht binnen de VBO. 'n Toets aan het einde kan deel uit gaan maken van het systeem, maar dat is nog niet beslist. De kosten worden voor een groot deel bepaald door de kosten voor de docent. En dat zijn meestal niet de goedkoopste, omdat ze ook iets extra aan moeten vullen op het docentenkorps van de NBB. De VBO maakt er in ieder geval geen winst op, zoals voor iedereen na te gaan valt via de jaarcijfers. Overigens staat het licentiebeleid op de agenda van de bondsvergadering in oktober in Almere.
ad2.
De genoemde uurtarieven lijken mij niet erg realistisch. Maar uiteindelijk bepaalt de wet van vraag en aanbod natuurlijk de prijs. Als de tijd van liefdewerk oud papier is afgelopen, dan moeten uiteraard ook de bijbehorende kwaliteitseisen (lees: bijscholingen en licenties) in acht worden genomen.
ad3.
De prijzen van veren shuttels rijzen de pan uit, terwijl de verkrijgbaarheid navenant slechter wordt. Producenten denken op afzienbare termijn niet meer voldoende shuttels te kunnen leveren om aan de vraag te voldoen. Daar heeft Wim Knaap ongetwijfeld een punt. Maar het zou een geweldige stap terug zijn als er overgestapt moet worden op nylon shuttels: veel mogelijkheden van het spel kunnen hiermee niet benut worden.