BWF Sport Science Badminton specific field tests

BWF: 9 vaardigheden t.b.v. badminton

  1. Kennis van warming-up
  2. FH en BH grip
  3. Voetenwerk naar 6 plaatsen
  4. Splitstep en basis gereedhouding
  5. Basisslagen
  6. Perceptie en anticipatie
  7. Oog-handcoördinatie
  8. Goed ritmegevoel en timing
  9. Tactisch en strategisch denken

 

Badminton specifieke tests.

De fysieke eisen van badminton zijn uitgebreid met nadruk op snelheid/versnellen en vertragen/stoppen, lenigheid/beweeglijkheid, controle/coördinatie en kracht. Spelers moeten zeer speciale goede technische vaardigheden uitvoeren op heel hoge snelheid en 60’ kunnen volhouden. De cardiovasculaire vereisten zijn gelijk aan gelijksoortige sporten met veel sprints en stoppen zoals voetbal, hockey en squash. De wedstrijden zijn korter geworden, maar de nadruk op krachtexplosie is toegenomen. Sinds het jaar 2000 heeft badminton UK een test gehouden t.b.v. de jeugdspelers, die 2 keer per jaar wordt herhaald. Van de groep van 220 spelers tussen 11 en 18 jaar zijn 27 van hen nu internationale spelers geworden. De evaluatie en ontwikkeling van kracht zoals hoogte- en stand-vertesprong zijn een vast onderdeel geworden, die ook bij andere sporten gewoonte zijn geworden. De snelheid- en agilitytraining zijn door toedoen van drills eraan toegevoegd. Het registreren van de uitvoering is belangrijk als men de ontwikkeling en progressie wil vastleggen en controleren. De betrouwbaarheid van de testen hangt af van de consistentie en herhaalbaarheid op verschillende momenten tijdens de competitie. Het doel is om de testen ook te verspreiden onder de verschillende nationaliteiten. De data van de Engelse speler mag als uitgangspunt gebruikt worden.

De testmethode is gehouden met een groep van 15 Italiaanse en Engelse spelers die op 3 momenten met een rustperiode van 48 uur de test hebben volbracht. Het ging om de hoogte- en vertesprongen en snelheid. Het beste resultaat van 4 pogingen werd geregistreerd.

Testprocedures sprongkracht:

Bij de uitvoering van sprongkracht werd gebruik gemaakt van: hoogte- en standvertesprong.

  • Hoogtesprong: langs de muur staan en met gestrekte arm met krijt een streep trekken. Door de knieën gaan, springen en nog een streep trekken. De afstand tussen de eerste en de tweede streep is de sprongkracht.
  • Standvertesprong: voeten met de neus tegen de lijn. Springen door goed door de knieën te gaan, gevolgd door sprong en blijven staan. De afstand tussen beginlijn en hak van de voet is de afstand, die sprongkracht weergeeft.

Snelheidstest: de spelers staan bij de middenlijn met de benen uit elkaar. Op de SE-lijn staan 5 shuttles per lijn over een afstand van 50 cm. De spelers moeten bij elke verplaatsing 1 shuttle met hun racket omtikken van FH naar BH. Als de laatste shuttle is omgetikt stopt de tijd bij het passeren van de middenlijn. De beste tijd van 2 pogingen is het testresultaat.

0 |2                1| 0
0| 4                3| 0
0| 6                5| 0
0|8                 7| 0
0|10              9| 0

 

Astride = schrijlings (1 been aan elke kant) overdwars benen uit elkaar. Twee sets van 5 shuttles op de krans op de enkelspel buitenlijn; 10 shuttles. Shuttles over een afstand van 50 cm na de laatste shuttle als de speler voor de laatste keer de middenlijn passeert stopt de tijd. Badminton specifieke snelheidstest: agility. Bij de test is het verplicht 8 bewegingspatronen af te leggen in een vaste volgorde naar alle plaatsen van de baan 1 – 4: 2 keer. Bij de test gebruiken we de bekende schaduwbadmintonbewegingen: te beginnen vanuit de basis!

  1. FH clear 1 voet tussen de lijnen
  2. Netpaal aantikken ES-lijn
  3. Shuttle aftikken van het net
  4. Shuttle wegtikken van ES-lijn

Twee herhalingen van deze oefening. De beste tijd wordt geregistreerd.

 

(Vertaling uit BWF Sport Science Badminton specific field tests)

Plaats reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *